Normaal

Ik wil normaal zijn. Ik wil ’s ochtends wakker worden, naar mijn werk gaan, in de avond thuiskomen, misschien wat sporten en naar bed. Ik wil in het weekend naar vrienden, ik wil de mogelijkheid tot een relatie en ik wil tijd en ruimte hebben voor mijn familie, hobby's en eventuele uitjes. Ik wilde als puber normaal zijn, ik wilde naar school kunnen zonder strijd met docenten, ik wilde zijn zoals mijn vriendin. 

Zij kon zonder boosheid naar school, had met iedereen contact, was vrolijk en geliefd en sprak na school nog met kinderen af. Ik kon nooit mee, ik denk dat het merendeel niet eens wist dat ik bestond, maar los daarvan wilde ik nooit mee. Het idee van met een groep iets doen, moeten praten, socializen, vreselijk. Ik wilde niet en ik was te moe. Op een zeker moment word je ook niet meer gevraagd, dat vond ik enerzijds fijn maar ook heel verwarrend en naar. Ik heb nooit normaal mee kunnen doen maar niks liever gewild dan dat wel kunnen.